Voorbeelden van het gebruik van Zitkamer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Aimée, heb je dat bord in de zitkamer laten staan?
Mr Scarlet is in de zitkamer.
In de zitkamer.
Het is nu ook een zitkamer.
We zijn in de zitkamer.
Slaapkamer. Uh, zitkamer.
Het huis, de zitkamer.
De hal, de eetkamer, de zitkamer.
Kom niet aan de tiara, die ten toon staat in de zitkamer.
Ik ben mijn sleutels vergeten in de zitkamer.
Dit is de zitkamer.
Dit is de zitkamer.
Niet hoger dan de zitkamer.
Ja, meneer. Ze zijn allebei in de zitkamer, mijnheer.
Ik zag haar naar de zitkamer gaan.
Waarom moet die stomme gans bij ons in de zitkamer zitten?
Ik was in de zitkamer.
U kunt in de zitkamer wachten, meneer.
De rest is in de zitkamer.
In m'n zitkamer.