Voorbeelden van het gebruik van Zwemmen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En zoveel Abadin bier drinken dat ik erin kan zwemmen.
Dus niet in bad of zwemmen.
Kom met me zwemmen.
Ja. Je hebt pas net leren zwemmen.
Dat is de zeebodem, waar ze in de donkere wateren zwemmen.
Lila, ik ga zwemmen.
Ik kan niet zwemmen.
Dan kun je naar huis zwemmen.
Nick. Ik rijd naar het strand en ga zwemmen.
Wat een geluk dat onze walvis zo ons net in kwam zwemmen.
Ga naar huis, vóór we alletwee gaan zwemmen.
Nee eh… Ik kan niet zwemmen.
Wat?- Kom op, man, zwemmen.
Zijn linkervin is gescheurd, dus hij blijft naar rechts zwemmen.
Vanaf mijn tienertijd kan ik behoorlijk goed zwemmen en waterskiën.
Ethel en zij gaan naakt zwemmen.
Met wat mescaIine op gingen we zwemmen.
Ja. Je hebt pas net leren zwemmen.
Margaret. Zwemmen.
En denk eraan, nooit zwemmen met agressie.