Voorbeelden van het gebruik van Afgelasten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik hoorde een gerucht dat Glynn het bokskampioenschap wil afgelasten.
Een minuut. Ze willen de wedstrijd afgelasten.
Ik hoorde een gerucht dat Glynn het bokskampioenschap wil afgelasten.
Je moet IJsland afgelasten.
Zonder vergunning moeten we het concert afgelasten.
Vreselijk. Ze moeten de race afgelasten.
Laten we de rondrit maar afgelasten.
Je moet het festival afgelasten.
Je moet het festival afgelasten.
Ik moet de groep vanavond afgelasten.
We moeten de bruiloft afgelasten.
Vreselijk. Ze moeten de race afgelasten.
We kunnen het niet afgelasten.
We hadden 't moeten afgelasten.
We hadden die receptie moeten afgelasten, niet?
Ze willen de wedstrijd afgelasten. Voor 'n tijdje.
Afgelasten van de vergadering van de CCMI van 16 april 2008.
Als Tobin'afgelasten' zegt, dan moet je dat toch doen?
We moeten het afgelasten, we moeten het annuleren.
Moet ik een diner afgelasten met t risico