Voorbeelden van het gebruik van Aristocraat in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een soort aristocraat.
Wat, de aristocraat?
Hij was geen aristocraat.
Ik ben geen aristocraat.
Hij houdt me voor 'n aristocraat.
Een sloddervos. Ze zei dat hij zich als aristocraat voordeed.
Ik verkleed me niet als aristocraat.
Ik verkleed me niet als aristocraat.
Zij is een Jacobijn en jij een aristocraat.
Zij is een Jacobijn en jij een aristocraat.
En ik dacht, waarom heeft een aristocraat zoals hij(hij was Lord Bertrand Russell)
Aristocraat, drugsverslaafde, vraatzuchtig,
doen alsof je een aristocraat bent. Nee, nee, je brengt je dagen door met de markiezin.
gouverneur van de Commonwealth, dus hij bijna een aristocraat die je kunt vinden in een democratie.
Het was overigens zeer interessant om eerder in het debat te horen hoe de Earl of Dartmouth als aristocraat het woord voerde over het mededingingsbeleid.
Ik kan uit mijn ambt ontheven worden maar niemand kan van mij vragen, als aristocraat dat ik eenvoudige burgers ken.
En helemaal verzorgd door Mickey Pearson. Rot op. hokkend met een verslaafd toenmalig popidool, Aristocraat, drugsverslaafde, vraatzuchtig,
Je verandert misschien van gedachten als je ziet hoe Joaquin geniet… van het leven als aristocraat.
Een leraar en een leerling. In elk huwelijk heb je een aristocraat en een boer.
In elk huwelijk heb je een aristocraat en een boer.
