Voorbeelden van het gebruik van Ben stom in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je had gelijk… Ik ben stom.
Ik ben stom. Wat?
Je kent mij, ik ben stom.
Kijk dan, ik ben stom.
Ja, ik ben stom.
Ik ben dom. Ik ben stom.
Hoe zeg je:"Ik ben stom?
En ik ben stom.
En dan zeg je:"Ik ben stom.
Ik ben stom?
Ik ben stom, maar niet zó stom. .
Dus ik ben stom?
Dus ik ben stom omdat ik dat wil?
Ik ben stom, ik had de baan moeten nemen.
Ik ben stom, maar niet zo stom. .
Ik ben stom en ik moet zwijgen.
Ik ben stom, maar ik ben niet achterlijk.
Ik ben stom, hij heeft me belazerd.
Ik ben stom. Ik ben hier de stommerik!
Ik ben stom.