Voorbeelden van het gebruik van Cakeje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat is Brians cakeje.
Met Powell.- Haal dat cakeje uitje mond.
Draai de kom om op een bordje en je cakeje staat.
Het is een cakeje.
Tijdens het feestje trakteren wij op een cakeje en snoepjes.
Het smaakt als een cakeje.
Zo simpel is het om snel een cakeje te maken, eet smakelijk!
Het is ook geen cakeje.
Je hebt geluk dat ik word vast gehouden door een gigantisch cakeje.
We zijn met z'n tweeën en er is één heel cakeje.
Het zat in een cakeje.
een kip croissant en een cup cakeje.
Een meisje gaf hem een cakeje.
De PCP zat niet in het cakeje.
Bedankt voor het cakeje.
Hij kijkt alsof hij moed verzamelt om nog een cakeje te bestellen.
Ik ruil dit voor je cakeje.
Na 2, 5 minuutje is je cakeje klaar!
M'n laatste cakeje weg.
Dan pakken we een cakeje.