Voorbeelden van het gebruik van Chinees in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Van de Chinees, denk ik.
Ik ben deels Chinees.
Ik wil die Chinees.
En neem die vieze Chinees van je mee!
Ik ben een Chinees.
Dat is voor jou, Chinees.
Of ik verkoop 'm aan de Chinees.
Maar ik ben Chinees.
Het is die Chinees.
Dit is de eerste Chinees van 't kamp.
Maar ik ben een Chinees.
Ik zal voor je bidden, Chinees.
niet Chinees.
Howard en ik haalden Chinees.
En die Chinees dood.
Raap het op, stomme Chinees. Raap het op.
Hij is Chinees.
Heb je ze gezien? Hij is een Chinees.
Vrienden. Wat… een kind en 'n Chinees?
En in het Chinees.