Voorbeelden van het gebruik van De coach in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik bel de coach.
Een natuurtalent, zegt de coach.
Misschien kan je terugkomen en de coach helpen.
Wie? Ik ben dit beu. De coach.
Wie? Ik ben dit beu. De coach.
Ik ben Ted Lasso, de nieuwe coach.
Niemand zou in dit team zitten zonder de coach.
Ja, wanneer wij de coach.
Ik, de coach tijdens het coachingsproces.
En de coach die ze al hebben?
Welkom en geniet van de Coach 2011 Collectie Style 089 2013 verse variaties.
Dat betekent dat de coach een andere aanpak hanteert.
Kom en geniet van de Coach 2011 Collectie Style 085 2013 gloednieuwe ontwerpen.
De Duitse coach van het Zwitserse vrouwenelftal staat sinds 2015 aan het roer.
Waar is de coach nu?
Wat wil de coach nu weer van ons?
De coach brak zijn kaak
Ik hoop dat de coach van U-Dub het niet ziet.
En de Coach, hij had grotere dingen om zich zorgen over te maken.
Wil de coach worden van 't lacrosseteam van z'n zoon.