Voorbeelden van het gebruik van De koster in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Breng hem op. De koster?
Zijne heiligheid de koster.
Samanta, je vriend, de koster.
Haal de koster.
De koster was de grootvader van mevrouw Cristina.
De koster is dood.
De koster moet de Reservering eerst goedkeuren.
Wat? De koster moest haar voeden.
Xabier, de koster, repareert dit wel.
De koster zal ervan horen!
De Koster vermoedt dat ze hetzelfde vraagstuk anders interpreteren.
Wanneer de kerk in gebruik is kan de koster de dynamische verlichting uitschakelen.
Een heel mooi huis gebouwd door de koster in Ekeberga in 1837.
Herinner je je de koster?
Ik ben de koster.
In een oogwenk bedekte de stroom die, met de koster erbij.
Ik ben gestopt bij een oud kerkje en de koster liet me binnen.
Maar de koster bleef onbeweeglijk staan, opdat de jongen zou denken dat hij een spook was.