Voorbeelden van het gebruik van De radio in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alle piloten, ga naar kanaal 6 op de radio.
John. Ja, we hebben de radio nodig.
Ik heb bij de radio gewerkt.
Ik luisterde naar uw opname die u voor de westerse radio hebt gemaakt.
We moeten dit over de radio verspreiden.
Ik stuurde het bevel via de radio.
En wat de radio betreft, daar luister ik niet echt aandachtig naar.
De radio zit hoog op de middenconsole en zit onder handbereik.
En de radio?
Dan had ik bij de radio 'n feestje georganiseerd!
Storend geluid op de radio van mijn Philips-klok.
LoM voortzetten op de radio was een utopie.
Geen snoozefunctie, maar meteen de radio op als de wekker afloopt.
Storend geluid op de radio van mijn Philips-klok.
Werkt de radio nog?
Zet de radio af.
Ga weg bij de radio, langzaam.
De radio speelt wat uit jullie verleden.
Staat de radio aan?
Geen verrassing, de radio is kapot.