Voorbeelden van het gebruik van De radio in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik hoorde het via de radio.
Zet de radio frequentie op negen.
In 1948 was zijn eerste optreden op de radio.
Davey, blijf bij de radio.
Hij moet het over de radio gehoord hebben.
M'n zoon is op de radio.
En begon zijn journalistieke carrière in 1946 bij de radio.
Michonne, Eugene op de radio.
Sammy, je bent op de radio.
Ik hoorde van een verdrinking over de radio.
Spotset: Amerikaanse term voor de reclame op de radio.
Gestapo vond me door de radio.
Ik hoorde alles over de radio.
Overal hoor ik je stem op de radio.
Tegelijkertijd presenteerde ze tv-talkshows en tot heden gezondheidsmagazines op de radio.
Tom, de kustwacht wil je spreken via de radio.
Ja. Die hebben we geleend voor de radio.
Geef me de radio.