Voorbeelden van het gebruik van De verpleger in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En niet. Je manifesteert Lucifer door de verpleger.
De verpleger zei dat het wel goed komt,
De verpleger, een paar jaar ouder dan ik, keek bezorgd.
Nu kun je de verpleger niet zijn.
De verpleger van Meadow Glade?
Mijn man is de verpleger die haar binnen heeft gebracht.
De verpleger zegt dat Miller het zal overleven.
Ben de verpleger?
Wat zei de verpleger?
Je raad nooit wie de verpleger was die hem verzorgde.
De verpleger zag een touw aan je bumper.
Jij was de verpleger op de plaats delict?
Haal de verpleger!
De eerste verpleger, hij was de man op school.
Zij trouwde met de verpleger Michel Fregge Amsterdam,
Laat de verpleger op de wc overgeven.
Ik ben de verpleger die haar leven probeerde te redden.
De verpleger zegt dat je me kunt horen.
Niet de verpleger slaan.
De verpleger en de kiss-o-gram?