Voorbeelden van het gebruik van Doktertje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nu mag ik doktertje spelen.
Wie gaan doktertje spelen.
We gaan doktertje spelen.
Plekken zat waar hij doktertje met haar kan spelen.
We speelden huishouden of doktertje.
We speelden doktertje.
Hij is laat, hij speelt doktertje.
Artsen spelen doktertje.
Daarom gaan jij en ik doktertje spelen.
Ik speel doktertje.
Ik speel doktertje.
We spelen doktertje.
De meeste kinderen spelen doktertje als ze opgroeien.
Je vindt 't leuk als ik doktertje speel.
Hij zei dat we doktertje speelden.
Ik speel liever doktertje.
Ga maar niet lief en aardig doktertje spelen.
Ga maar niet lief en aardig doktertje spelen.
En we speelden nog steeds doktertje.
Ze spelen nu vast doktertje.