Voorbeelden van het gebruik van Een rustdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dus werd het tijd voor een rustdag.
Morgen is een rustdag.
Morgen is een rustdag.
Morgen is een rustdag.
Zaterdag is een rustdag.
heb je een rustdag nodig?
De dertiende september was een rustdag.
juni hebben we een rustdag op maandag.
De au pair heeft recht op ten minste een volledige rustdag per week.
Brommeren en tegelijk een rustdag.
Om de dag namen we een rustdag thuis.
verwachten we een rustdag.
Juist daarom is de zondag ook een rustdag.
In Port-sur-Saone vonden wij het tijd worden voor een rustdag.
We hebben even getwijfeld of we hier een rustdag zouden doen of niet.
Zondag is een rustdag.
Hey, zondag hoort een rustdag te zijn.
Morgen is een rustdag.
Nee. Morgen is een rustdag.
Ter gelegenheid hiervan krijgen uw troepen een rustdag.