Voorbeelden van het gebruik van Empirisch in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nacht is empirisch niet gevaarlijker dan de dag.
Nacht is empirisch niet gevaarlijker dan dag.
Mijn therapie is gebaseerd op robuuste en empirisch ondersteunde methodes.
Dit advies is voornamelijk empirisch onderbouwd.
Dit zou het spel absoluut meer contextueel en empirisch realisme geven.
De exacte hoeveelheid pekel wordt empirisch bepaald.
Dat bewijst het empirisch.
Een intrigerend empirisch dilemma.
Dat is empirisch onmogelijk.
financieel en empirisch aangetoond.
Ik vind haar empirisch aantrekkelijk.
Weet je, het is niet empirisch inconsistent.
Ik ben empirisch.
Het is een van de meest betrouwbare en empirisch geteste theorieën in de wetenschap.
De uiteindelijke beslissing wordt meestal empirisch bepaald.
Begrijp deze overvloed kan alleen empirisch.
Deze karakters waren beslist empirisch.
Ik ben objectief, empirisch niet gevederd.
Bewijs. Empirisch bewijs.
Bewijs. Empirisch bewijs.