Voorbeelden van het gebruik van Feitje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Elk individuele feitje kan makkelijk verdraaid worden.
Welk feitje over Cherry Garcia is niet waar?
Feitje: Weet je dat de driehoek de sterkste vorm is?
Feitje, hij deed alsof hij matroos was.
Feitje: irritant komt uit het Latijn.
Feitje: de sirene op de achtergrond is echt.
Feitje: sinds 25 mei is de Algemene verordening gegevensbescherming(AVG) van kracht.
Denk je dat ieder feitje van die kleine serie van jou, mij een betere moeder maakt?
Feitje: Winston Churchill pleitte na WOII voor een verenigd Europa,
Feitje, vanwege hem heeft Gutenberg de drukpers uitgevonden. Schreef hij iets over deze storm?
Ik vermeld dat niet even als interessant feitje, nee, het is belangrijk om dit te weten
Feitje: wist je dat de kolibrie het kleinste vogeltje ter wereld is?
Een derde van alles wat we eten is afhankelijk van bestuiving. Feitje, pap.
Het feit is… Mijn arme Tom.
Zelfs het feit dat ik ben geboren.
Ik accepteerde het feit dat ik alleen was.
Feit is dat ik naar Cairo moet.
Het feit dat jij een vrouw bent.
Dit zijn feiten, Karl-Erik.
Het feit dat u een vrouw bent.