Voorbeelden van het gebruik van Fransman in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik speel wel een Fransman.
Een Fransman en een Duitser. Oh, interessant.
We gaan voor de Fransman.
Ja, in het restaurant van de Fransman.
Alleen was Eakins geen Fransman.
Van het restaurant van de Fransman.
Romantiek. Ik ben een Fransman.
Hij is Fransman.
Hij is een Fransman.
Napoleon. En hij was een slappe Fransman.
Die jongen is geen Fransman.
En? Ik ben bevriend met 'n Fransman.
Vooruit. Hij is een Fransman.
Een Franse Fransman.
Een typische Fransman.
Waarom dan?- Ik weet wie de Fransman was, denk ik.
Ik zal Fransman worden.
Ik ben bevriend met 'n Fransman.
Prima, jij bent een Fransman.
Hij is Fransman. O, Fransman.