Voorbeelden van het gebruik van Ga hardlopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ga hardlopen. Doe iets.
Ga hardlopen. Doe iets.
Ga hardlopen of zoiets. God.
Ga hardlopen of zoiets. God.
Lk ga hardlopen met m'n ogen dicht.
Ik ga hardlopen.
Ik ga hardlopen.
Ga hardlopen. Weet ik veel.
Je weet, dat ik ga hardlopen?
Nee, ik rij eerst en ga daarna hardlopen.
Nee, ik denk dat ik wat ga hardlopen.
Is het goed dat ik ga hardlopen?
Ik neem m'n telefoon niet mee als ik ga hardlopen.
Heel goed. Ik ga hardlopen.
Ik denk dat ik nog even ga hardlopen Goed?
Kom, jongen. Ik ga hardlopen.
Ga hardlopen op de Causeway Coastal Route met Born To Run Tours, die trajecten met gids biedt vanaf £ 20 p.p.
Ga hardlopen, sla je kussen in elkaar,
Zullen we gaan hardlopen?