Voorbeelden van het gebruik van Geef haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geef haar wat ze wil.
Geef haar dan maar één.
Geef haar dit keer wel te eten.
Geef haar aan de lijn, Derek.
Gaius, geef haar tien stokslagen. Ja, Baron.
Geef haar iets te drinken.
Geef haar een uniek en speciaal gevoel,
Geef haar wat bloemen.
Aww, geef haar over!
Geef haar wat ze wil.
Geef haar veel geschenken die passen bij haar nieuwe leven.
Ik geef haar alleen soep als ze ziek is Nee.
Goed, geef haar maar even.
Gaius, geef haar tien stokslagen. Ja, Baron.
En geef haar iets kalmerends.
Geef haar aan mij.
Geef haar het gevoel belangrijk te zijn
Oh, ja, geef haar maar alles wat ze wilt.
Ik geef haar er eentje.
Geef haar wat bloemen uit mijn tuin.