Voorbeelden van het gebruik van Geef haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Geef haar wat bloemen en koop een puppy.
Vito neem haar mee naar binnen en geef haar granita.
Zeg maar dat ik nog bel en geef haar dit.
Geef haar de telefoon.
Geef haar dopamine.
Geef haar een vogel of een puppy of zo.
Geef haar een week Oké.
Geef haar de handtelefoon.
Dat is het, geef haar een CD.
Bel de advocaat van Jefferson, geef haar 't goede nieuws.
Goed, geef haar nummer, dan bel ik haar terug.
Vraag bloed aan en geef haar 500 cc zout.
Kensi, geef haar even.
Geef haar alstublieft die kans.
Geef haar bloemen. Ga naar een chic restaurant.
Ze zei alsjeblieft. Geef haar de bonen.
Ik wil met haar praten over Chagrin Falls en geef haar dit nummer?
Geef haar zuurstof.
Marta, geef haar wapen.
Geef haar dit dan tenminste, alstublieft.