Voorbeelden van het gebruik van Geen partner in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben hier geen partner.
Onze dader heeft geen partner.
Jij bent geen partner.
En jij bent een werknemer, geen partner.
Tijdens mijn ziek zijn hebben beide duivinnen geen partner gehad.
Je bent geen partner.
Harm heeft geen partner.
Ze was geen partner.
Nee, er was geen partner.
HIj Is geen partner.
Bent u geen partner, maar wilt u wel ondersteuning?
Had hij geen partner, geen vrouw?
Ik heb alleen een chauffeur nodig, geen partner.
Ze had ook geen partner, dus we gingen samen.
Ik zoek 'n chauffeur, geen partner.
Ze had ook geen partner, dus we gingen samen.
Ik heb alleen een chauffeur nodig, geen partner. Een onderzoek?
Dan hebben we geen partner meer in Bagdad.