Voorbeelden van het gebruik van Geen partner in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij wil geen partner.
Geen partner, geen kinderen.
We hebben een deal… maar ik wil met jou geen partner zijn.
Je zit niet vast aan een firma, geen partner die in je nek staat te hijgen.
Jack zoekt geen partner.
Niets. Geen partner, man, vriend,
Partners.-We hebben een deal… maar ik wil met jou geen partner zijn.
En je hebt geen partner nodig.
Hij was geen partner of zo.
Jij hebt geen partner.
Als ik geen partner bij Dom-Mystique ben, zie ik je minder.
Heb ik ineens geen partner meer.
Je bent nog geen partner.
Chad heeft geen partner.
Ik heb momenteel geen partner.
Je bent geen partner.
Ik wil geen partner.
Je bent passagier, geen partner.
Nee, er was geen partner.