Voorbeelden van het gebruik van Geitje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Toen vroeg hij:“Geitje, is het nu genoeg geweest?”.
Een streek naar wens verkennen met een 2pk of'geitje'?
juist een vrolijk huppelend geitje?
De priester stopte verbaasd en vroeg aan het geitje.
Ja, hoor, zei het geitje.
Doe iets waarvan je later spijt krijgt… ondeugend klein geitje.
Maar toen stierf het geitje.
Je hebt 't goed gedaan, geitje.
Nog geen geitje heb ik gekregen!
Dit was mijn favoriete geitje.
Toen begon het geitje te huilen.
Die zit op 11 september te luisteren naar een verhaal over een geitje.
Ik heb liever een geitje.
Je hebt gelijk, geitje.
Wanneer het vullen met water, geitje kunnen glijden neer te krijgen in de pool voor pret.
Geitje houden het op die heet zomer dag
Een pasgeboren kalf, een geitje, een geslachte os,
Deze hond was niet een hond. Maar een geitje van Bagdad. Die werd geliefd door de koning.
Geitje van alle leeftijd houden dit,
Maar het geitje begon te lachen. Hij hief zijn arm op om het geitje te kelen.