Voorbeelden van het gebruik van Goed schieten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze kan goed schieten.
Die kan heel goed schieten maar ik ben spoorzoeker.
Hij kon goed schieten. Zonde.
Charlie, jij kunt goed schieten.
Je kan net zo goed schieten.
Ik kan goed schieten.
Brigadier, dat was goed schieten.
Kan hij goed schieten?
Kunt u goed schieten?
Kun je goed schieten, Lorna?
Kun je goed schieten, Bob?
Kon je goed schieten toen je 61 was?
Niet iedereen kan zo goed schieten, kom op.
Ik kan goed schieten. Het is maar dat je het weet.
Ik kan goed schieten, ja, maar denk je dat stenen.
Kan je zo goed schieten als ze zeggen?
Kan Walker echt zo goed schieten als ze zeggen?
Kun je nog zo goed schieten, Burley?
Kun je goed schieten?
Ik kan net zo goed schieten als jij!
