Voorbeelden van het gebruik van Haan in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Allemaal hennen en geen haan.
Jij Twee raceteams, dat is een haan teveel in 't kippenhok.
Jan Willem de Haan is getrouwd
Voordat de haan kraait, is deze hele stad van ons.
De beroemdste haan van het land.
De haan is Frans.
Fam de Haan, met het gezin.
Zelfs de haan hield hem in de gaten.- Nee.
De haan was dapper.
De haan wordt vroeg wakker,
De haan was sterk.
Pauline De Haan, met het gezin.
We wachten tot de haan kraait.
Weer in De Haan voor een week.
Deze ontstond uit een kleine schets van een haan.
U krijgt te horen 'n kraaiende haan.
Hij wilde spreken toen de haan kraaide.
Ingrid de Haan, met het gezin.
Hou een introductie over een kip en een haan.
Weg, bij het kraaien van de haan.