Voorbeelden van het gebruik van Haar vriendin in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze vroeg of ik een knappe vriend had voor haar vriendin, Liz.
Ik en haar vriendin.
Ik wil gewoon haar vriendin zijn.
Indiaanse cricketspeler met haar vriendin in hotelkamer uitkleden.
Haar vriendin is niet lelijk?
Ze was met haar vriendin in een bar.
Ik, zij en haar vriendin.
Terricka zou dit weekend bij haar vriendin Jalissa logeren.
Hallo! En dit is haar vriendin, Amy.
Kun je haar vriendin vragen of ze dit mooi zal vinden?
Haar vriendin zag hem gaan.
Akers was haar vriendin.
Ja, dat is haar vriendin.
Zij blijft rondhangen omdat haar vriendin erbij is.
Marie en… haar vriendin… haar vriendin Jessie.
Ze gaat niet uit zonder haar vriendin.
Marie en… haar vriendin… haar vriendin Jessie.
Ik ben Gloria, haar vriendin.
Hallo, ik ben haar vriendin.
Ik ben Gloria, haar vriendin.