Voorbeelden van het gebruik van Haar vriendin in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze sms'te haar vriendin, Alya.
Help Strawberry Shortcake en haar vriendin Lemon uitvoeren van een limonade stand.
Haar vriendin werd smoorverliefd op Bobby.
Bereidt haar vriendin voor op de straf.
Was je haar vriendin of zo?
Haar vriendin Terry.
Het is haar vriendin, Laura.
Haar vriendin.
Ze heeft haar vriendin Wendy bij zich?
Haar vriendin heet Cunty.
Word haar vriendin.
Haar vriendin Alma.
Op vakantie met mijn vriendin en haar vriendin.(deel 1).
Ze woonde samen met haar vriendin in een appartementje aan het strand.
Ja, maar haar vriendin wil ineens onze BFF zijn.
En haar vriendin.
En haar vriendin, die weet dat ze verantwoordelijk is?
Haar vriendin wil je ontmoeten.
Wong was haar vriendin.
Je hebt iemand nodig die haar vriendin afleid.