Voorbeelden van het gebruik van Heeft-ie in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Waarheen? Heeft-ie een plan of zo?
Heeft-ie wat tegen je gezegd?
En nu heeft-ie mij of ons, tenminste.
Natuurlijk heeft-ie een naam!
Heeft-ie mot met Baynard?
Heeft-ie z'n auto terug?
Wat heeft-ie gedaan?
Heeft-ie je gebeten?
Die heeft-ie vast ingelijst. Natuurlijk.
Nu heeft-ie de Tataren losgelaten.
Heeft-ie een kans?
Natuurlijk heeft-ie een naam!
Maar als hij mijn aandacht wil trekken, dan heeft-ie het.
Die heeft-ie.
Nee, dat heeft-ie niet.
Een kikker.-Wat heeft-ie op z'n hoofd?
Gerard, wat heeft-ie gedaan?
Zichzelf aandoen?-Dat heeft-ie niet gedaan?
M'n vrouw zei:'Waar heeft-ie leren koken?
M'n vrouw zei:'Waar heeft-ie leren koken?