Voorbeelden van het gebruik van Hij bloed in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik verwacht dat hij bloed, terwijl ik Varus uit zijn greep trek.
Hij bloed dood, We moeten terug.
Hij bloed.
Hij bloed heel erg.
Hij bloed wanneer doorboord,
Had hij bloed aan z'n handen? Je verkleurt?
Snel, hij bloed hevig.
Hij bloed al voordat we de slagader kunnen blootstellen.
Kijk je arm, hij bloed.
Laat iemand op hem snijden en zie of hij bloed.
Moet geweten hebben dat hij bloed verpakte.
Je moet hem geselen tot hij bloed.
Nee, ik verwacht dat hij bloed, terwijl ik Varus uit zijn greep scheur!
raakte verlamd… maar toen ik hoorde dat hij bloed ging ophoesten, werd het interessant.
Ik kan lopen. Anders gaat hij bloeden.
Hij bloed.
Hij bloed leeg.
Hij bloed overal.
Hij bloed intern.