Voorbeelden van het gebruik van Hij leent in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij leent geld, betaalt het niet terug, hij drinkt te veel.
En? Hij leent ons de Alfa!
Hij leent je het geld wel.
Hij leent ons de Alfa!
Hij leent me de boor. Dat is Sylvain.
Hij leent geld aan elke maffioos.
En? Hij leent ons de Alfa?
Hij leent me geld om de zaak te redden, waar hij tegen was.
Hij leent het voor een feestje.
Erger, hij leent het.
Hij leent geld aan mensen, bedrijven.
Vier.-Hij leent je dat geld wel.
Vier.-Hij leent je dat geld wel.
Erger nog, hij leent het.
Steelt hij het?- Erger nog, hij leent het.
Nog erger: hij leent.
Hij leent haar een van zijn schietstoellen zodat Kate zichzelf richting de trein kan lanceren voordat Ivor
