Voorbeelden van het gebruik van Ik rookte in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik rookte elke dag.
Ik rookte het.
Ik rookte 2 pakjes menthol per dag.
Na het eten, ik rookte zijn tabak.
Twee. Twee? Ik rookte een joint.
En dat deed ik, ik rookte hem.
Ik rookte buiten het raam!
En ik rookte een Cubaanse sigaar, net als deze.
Ik rookte al meer dan tien jaar één pakje sigaretten per dag.
Ik rookte een jointje, ik kneep 'm.
Ik rookte marihuana en feesten was mijn alledaagse bezigheid.
Ik rookte marihuana toen ik twaalf was.
Ik rookte een sigaret en stak je bar in brand.
Ik rookte de hele tijd onschuldige tabak.
Ik rookte een sigaret.
Ik rookte vroeger wiet, maar daar werd ik paranoïde van!
Ik rookte een sigaret en zag Plum alleen in de tuin.
Ik rookte de toast.
Niet zeggen tegen mama dat ik rookte.