Voorbeelden van het gebruik van Imbeciel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat is onze zoon.- Wat een imbeciel.
Nee, Ik ben geen imbeciel.
Je zag niet in dat Stefan een imbeciel was.
Of een geniale imbeciel.
Turkse imbeciel.
Ze is een imbeciel.
Stomme imbeciel.
Maar hij is een imbeciel.
Bannerman? Maar hij is een imbeciel.
Maar dat is een imbeciel.
We hebben de imbeciel.
Roman, je bent een imbeciel.
Bannerman? Maar hij is 'n imbeciel.
Goed, imbeciel.
Ik ben geen imbeciel.
Waar lach je om, imbeciel?
Natuurlijk niet, je imbeciel.
Geef op, imbeciel.
Dat is Ted, de imbeciel van de delicatessen winkel.
Sta op, imbeciel.