Voorbeelden van het gebruik van Imbeciel in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rijden, imbeciel!
Hij is alleen een imbeciel.
Tom Eliot, imbeciel.
Ik ben Jasmine, imbeciel.
en jij bent een imbeciel.
Homer, jij imbeciel.
Mijn moeder werkt bij Sacred Heart, imbeciel.
Oké imbeciel, een nieuwe poging.
Laat ze gaan imbeciel. Het is groter dan dit.
Zolang ze maar niet compleet imbeciel is… en zelfs lichtelijk aantrekkelijk.
En ik zou niet graag verliefd zijn op een imbeciel.
Schatje, ik ben geen imbeciel.
Idioot. Domkop. Imbeciel.
Imbeciel. Heb je hem niet gehoord?
Stuur die imbeciel niet meer met briefjes.'.
De imbeciel is geen vampier.
Nee, die imbeciel naast ons slaat steeds tegen de wand.
Imbeciel zei je?
Jammer dat de imbeciel die je inhuurde haar in het been schoot.
Volgevreten imbeciel Je hebt nu lang genoeg op m'n zak geteerd.