Voorbeelden van het gebruik van Karretje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Leuk karretje. Hoe lang heb je die al?
Je goedkope karretje is kapot.
En jij krijg mijn oude karretje.
Dit is geen golf karretje.
Lets van het karretje, lieverds?
We hebben een karretje nodig, waspapier.
En je mag nooit, nooit m'n karretje meer lenen.
Geef de bal een knal, hup in 't karretje.
Lk wil het karretje duwen.
We hebben een karretje nodig, waspapier en rosé!
Met dit karretje ben je sneller in het magazijn.
Tony kent een mannetje die m'n karretje heeft opgepimpt.
Het is een Aston Martin. Leuk karretje.
Dit zijn wij, dat is het karretje.
De intensiteit, en plaatst het blok op het karretje.
helpt hij Rose in een karretje in Disneyland.
Stop het karretje.
De vezel links, die van het karretje: wol.
Stop het karretje.
Weinig jongen met rugzak en karretje in de luchthaven.