Voorbeelden van het gebruik van Kassier in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dat is de kaart die ze de kassier gaf.
Nee hij schoot alleen maar op de kassier, Jim Johnson.
Die kaart gaf ze aan de kassier.
Nee, als een kassier.
Marlon?- Hij is de kassier.
Maar ik ben geen kassier.
Is daar iemand anders? Gijzelde de kassier.
Nee, als een kassier.
Ik was de bewaker en de kassier.
Het spijt me, ik ben maar een kassier.
Hopen dat u zult genieten van onze supermarkt winkelen kassier spel.
De kassier van de firma moet boven elke verdenking verheven zijn?
Ja, laten we beginnen in de kassier hangplek.
Als kassier maakte ik geldtransacties,
In de kassier kunt u zien op welk niveau u zit.
De kassier bewaarde zijn gelden in een stalen kast.
Welke kassier zou er dan op z'n neus kijken?
De kassier herinnert zich hem niet.
Ik heb de kassier laten roepen, heren.
Ze vond werk als kassier en een manier zodat 't wat opbracht.