Voorbeelden van het gebruik van Klef in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij deed zo klef.
Ja, en Erin haar aardappelen zijn niet klef.
Een beetje klef.
Goed, dat was genoeg klef gedoe.
Wat ben je toch klef.
Zal ik 't voorlezen? Beetje klef.
Bezorging op elke locatie in Klef door onze lokale partner.
de Don is nu zo klef als wat.
Het is klef.
Van kitscherige romantiek over blind verlangen en controleverlies tot klef huiskamergenot.
Wat bedoelde hij er precies mee dat Lindsay klef is?
Wat is dat, met dat klef gedoe?
Sorry, dat was ongelofelijk klef.
Beetje klef. Zal ik 't voorlezen?
Het wordt klef.
Je weet toch dat Rico klef lief geouwehoer allergie heeft.
De mensenhand kan zo… klef zijn.
Je bent te klef.
Dat is niet klef.
Maak het niet te klef.