Voorbeelden van het gebruik van Klef in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
N Beetje klef, maar wel mooi.
Allemachtig. Het is klef, maar ik heb ons aangemeld voor karaoke.
Is dat te klef? Wat?
Wat? Is dat te klef?
Hoe kan iets te klef zijn?
Ze deden nogal klef, en ik dacht… dat jullie misschien niet meer.
Maar… Ik weet dat het klef klinkt maar ik ben voor haar gevallen. Ja, ik.
Het werd behoorlijk klef en beschamend daarna.
Ik doe niet klef en heb geen favoriet kind.
Vegemite, een bruin, klef, smerig goedje ze zijn er gek op.
Het was klef.
Het was niet klef.
Het was vreselijk klef.
Koud en klef!
Dan wordt het vast klef en romantisch.
Is het klef?
Zo klef.
Bryce en Sarah gaan heel klef doen.
De donuts zijn klef.
Ik vind het een beetje eng hoe klef ze zijn samen.