Voorbeelden van het gebruik van Leegdrinken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik vind dat je dat glas moet leegdrinken.
Ga je echt dat hele pak leegdrinken?
En dan laat je me dit leegdrinken?
Hij is zijn flesje aan het leegdrinken.
Ik kan wel een rivier leegdrinken.
Als je hem wel wilt leegdrinken, wil ik dat je zegt.
Leegdrinken en vertrekken, lui.- Goed, sluitingstijd.
Leegdrinken en vertrekken, lui.- Goed, sluitingstijd.
Leegdrinken en vertrekken, lui.- Goed, sluitingstijd.
Leegdrinken en vertrekken, lui.
Leegdrinken, heren, want morgen trekken we ten oorlog.
Moet mijn baby het flesje helemaal leegdrinken?…?
Deze persoon moet zijn glas leegdrinken.
Jullie moeten je glas nu leegdrinken.
Ik ga dit hele vat leegdrinken.
Ja, leegdrinken!
Nu moeten jullie allemaal leegdrinken!
Nu moeten we allemaal leegdrinken!
Nee, in deze fles leegdrinken.
Je wilt die fles leegdrinken.