Voorbeelden van het gebruik van Leer het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben klaar. Leer het me.
Kom nu en leer het goed.
Vertel me wat ik nodig heb. Leer het me.
Lees nu dit bericht en leer het nu.
Meester Ip. Alsjeblieft leer het ons.
Lees dit en leer het snel.
Nee. Kom op, ik leer het je wel.
Stel jezelf ervoor open, leer het.
Wees mijn meester. Leer het me.
Kun je het niet spreken, leer het dan.
Ik leer het aan iedereen die wil leren.
Ik leer het nu toch?
Ik leer het van de Spaanse jongens.- Ja.
Ik leer het je morgen.
Ik leer het uit een boek.
Ik leer het hem even hoe ze te gebruiken.
Ja, ik leer het op school.
Ik leer het je wel.
Ok, toch niets geleerd, Ik leer het ook nooit!;
Ik leer het ook aan mijn zuster.
