Voorbeelden van het gebruik van Mankeerde in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat mankeerde hij ook alweer?
Ja. Wat mankeerde haar?
Dat was alles wat haar mankeerde.
Ja. Wat mankeerde haar?
Hij heeft ons keer op keer verteld wat hem mankeerde.
Ik wist niet wat hem mankeerde.
U zag dat hij toen niets mankeerde.
Ze dachten dat me iets mankeerde.
Ik weet niet wat mij mankeerde.
Drie kerels.- Wat mankeerde hen?
Hij wist dat er iets aan dat joch mankeerde.
Ik vroeg wat m'n zoon mankeerde.
Ik vroeg wat mijn zoon mankeerde.
Ik weet niet wat me mankeerde, maar je hoort bij ons.
Ze kwam door die deur en ze vertelde wat haar mankeerde.
Wisten jullie al die tijd wat me mankeerde?
Zeg waarom je hem doodde, en wat je mankeerde?
Wat zeiden ze dat je mankeerde?
Wat mankeerde jullie om gratis drank te geven aan mensen zoals wij?
Eigenlijk mankeerde er maar een ding aan.