Voorbeelden van het gebruik van Maren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geen maren.
Maren, waarom doe je zo?
En ik ben geen mitsen en maren aan het punt.
Maren is zwak.
Niet vloeken en niet maren.
Moet Maren hiervoor sterven?
Maar? Geen maren.
Ja… maar jij en Maren.
Geen mitsen en maren.
We stonden op het punt een getuigenis te horen van Mette Maren.
Er zijn geen maren, Lizzie.- Geen maren.
We zijn er klaar voor, Mette Maren.
Geen alsen, enen of maren.
Ik ben niet bang voor je, Maren.
Maren Hontvedts verklaring aan de aanklager.
De andere dorpen Maren en Kessel werden bij de gemeente Lith gevoegd.
Wat is dit? Maren Hontvedts verklaring aan de aanklager.
Maren en ik wilden even in bad.
Je zorgt zo goed voor ons. Maren.
Erger nog, deze leer is onlangs opnieuw- en zonder‘mitsen en maren'- bevestigd door paus Benedictus XVI.