Voorbeelden van het gebruik van Meerijden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wil je meerijden?
Missy moet vaker met pap meerijden.
Alleen dat vroeger het meerijden op de praalwagen van de burgemeester iets betekende.
Mag een oude vriend van je meerijden?
Blijf met de wind meerijden.
Kleed je om. Je kunt met mij meerijden.
Waarom laat je onze zoon met hem meerijden?
Goedemiddag. Willen jullie meerijden?
Je kan met mij meerijden.
Laat 'm achterin meerijden.
De penning is voor de boeren die met je meerijden.
Niet achterop meerijden.
Mogen we met u meerijden?
Wil je meerijden?
Ik denk dat je wel kunt meerijden.
Je kunt met mij meerijden.
Ja, met de Zeta-Beam meerijden is niet voor zwakkelingen.
dus als jullie willen meerijden?
Je mag niet met haar meerijden.
Kan ik met jou meerijden? Olivia.