MITFAHREN - vertaling in Nederlands

lift
aufzug
fahrstuhl
fahren
mitnehmen
mitfahrgelegenheit
auftrieb
heimfahren
hebefigur
meerijden
mitfahren
mitnehmen
reiten
begleiten
fahrten
mit dir fahren
nehmt ihr
meegaan
mitkommen
gehen
begleiten
halten
mitfahren
gaan
gehen
werden
fahren
wollen
machen
kommen
laufen
fliegen
jetzt
verschwinden
zitten
sitzen
haben
stecken
hinsetzen
platz
liegen
befinden sich
hängen
da
verbringen
ritje
fahrt
ritt
reise
tour
mitfahrgelegenheit
ausflug
spritztour
ride
zu fahren
autofahrt
meevaren
segeln
mitfahren
mit mir zurückzufahren
mee met
mit
mitfahren
mitkommen
mitleid
ride-sharing
mitfahren
meeliften

Voorbeelden van het gebruik van Mitfahren in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Alle wollen mitfahren.
Omdat ze allemaal willen meerijden.
Ich möchte bei meinem Onkel mitfahren.
Ik wil graag een lift van m'n oom.
Shack würde lieber einen Mann umbringen, als ihn umsonst mitfahren lassen.
Shack dood liever een man dan hem een gratis ritje te geven.
Ich würde nicht mitfahren.
Ik zou niet gaan.
im ersten Teenager mitfahren.
er tieners in de eerste zitten.
Lass mich mitfahren.
Als ik mag meevaren.
Mitfahren Service Uber wurde schuldig unfaire
Ride-sharing service Uber is schuldig bevonden aan oneerlijke
Mit ihm muss ich mitfahren.
Ik moet mee met hem.
Du musst öfter mitfahren.
Je moet vaker meegaan.
Ich fahre nach Norden, wenn Sie mitfahren wollen. Oh Mann.
O, man. Ik rijd richting het noorden, als je een lift wilt.
Ich will nicht mitfahren.
Ik wil niet gaan.
Wir wollen nur mitfahren.
We willen gewoon meerijden.
Willst du den ganzen Tag bei mir im Auto mitfahren?
Blijf je de hele dag in mijn auto zitten?
Ich will auch mitfahren, und er auch.
En hij ook.-Ik wil ook een ritje.
Wollen Sie mitfahren?
Wilt u meevaren?
Willst du mitfahren nach Fickstadt?
Wil je mee met deze trein?
Ich kann nicht mitfahren.
Ik kan niet meegaan.
Aber heute warst es du, weil du mitfahren wolltest.
Maar vandaag wilde jij een lift.
Er will mitfahren.
Hij wil meerijden.
Hast du hier eine Kutsche, Aber natürlich. oder sollen wir in einem Kürbis mitfahren?
Maar natuurlijk. Heb je een koets of moeten we meeliften in iemands pompoen?
Uitslagen: 670, Tijd: 0.165

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands