Voorbeelden van het gebruik van Ritje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Wat dacht je van een ritje op Pablo's snor, Kelly?
Ik maak vanmiddag een ritje in de Mark II.
We gaan een ritje maken. Haal de auto.
Geen ritje is te kort.
Wil je een ritje maken?
Laten we een ritje maken.
Een ritje met een rotjunk.- Geweldig.
Het lijkt erop dat Chuck een ritje gaat maken op een wilde zwetsnek.
Eén ritje, hadden we gezegd.
Mooie dag voor 'n ritje huh, Nana?
Het ritje is nog niet afgelopen.
We maakten gewoon een ritje.
We maken een ritje.
Laten we een ritje maken.
Laten we 'n ritje maken.
Ons ritje is er.
Zullen we een ritje gaan maken?
Maak een ritje met mijn moeder.
Tijdens het ritje gisteren zei ze iets wat me deed denken.
Van een ritje op de stier tot, nou ja, eigenlijk alles.