Voorbeelden van het gebruik van Monogaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alle drie mijn huwelijken waren monogaam.
Dat ze liever monogaam zijn.
Ik zal monogaam zijn.
Ze zijn niet monogaam.
Toen ik monogaam was, was ik jaloers, bezitterig, egoïstisch.
Ik ben nog niet eens monogaam met de mensen waar ik monogaam mee ben.
Zijn mallerds monogaam?
Maar ik sta open voor een niet monogaam, lange afstand vriend en vriendin relatie.
Kun je hem zeggen dat Sophie Kachinski monogaam wordt?
Zijn ze monogaam?
Maar ik realiseerde me wel dat ik nooit monogaam zou kunnen zijn.
Dat andere mensen in de eerste plaats monogaam zijn.
We waren toen niet monogaam.
Ze omschrijft hun relatie als monogaam.
Vossen zijn vaak monogaam.
Ik ben bang, dat ze niet echt monogaam zijn.
Niet zoals wij. Ze zijn monogaam.
Je had me beloofd dat je monogaam zou blijven.
Nee. En ik ben monogaam.
Nee. En ik ben monogaam.