Voorbeelden van het gebruik van Opgever in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Word je een opgever of een winnaar?
Een opgever en een loser.
Geen opgever.
Je bent geen opgever.
Ga john lennon maar opnieuw vermoorden, opgever!
Een opgever.
Maar je bent geen opgever.
Onze Joe is geen opgever.
Ik zei toch dat hij 'n opgever was?
Kom op, je bent geen opgever.
Mijn vader heeft zijn eigen zaak. Hij is geen opgever.
Ik ben gewoon niet zo'n opgever.
Wat is er met die opgever?
Ik had niet gedacht dat jij een opgever was, Dr Bowditch.
Hij is geen opgever.
Je bent geen opgever.
Maar je bent ook geen opgever, Bonnie.
Je bent geen opgever.
Ik zie dat we onze eerste opgever hebben.
Wees geen opgever.