Voorbeelden van het gebruik van Planden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We planden bijna alle mogelijkheden.
Is dit wat jullie twee planden?
Dus planden we om over twee dagen te gaan.
We bekeken bladen, planden menu's.
Ze planden daar alles rond.- Die nummers weer.
Ik dacht dat je niet wilde dat anderen je leven planden.
Joplin en Sparks planden het.
Nee, we planden een reis.
Nee, we planden een reis.
Net zoals we planden.
Van alles(alles) dat we planden.
Planden hun huwelijk.
Wat je vrienden ook planden, het is mislukt.
Ze planden nauwgezet, met maximale winst tegen minimaal risico.
Ik bedoel, we planden die lunch weken geleden.
Jullie allebei planden en boekten een vakantie naar Ecuador?
Weet je ze planden dat nogal zielig.
Planden Luis en Darryl dit misschien samen?
Ze leerden de routines, planden vooruit.
Het zat in de inventaris, toen we de Volker missie planden.