Voorbeelden van het gebruik van Politicus in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij deed aan tijdrekken, zoals een echte politicus.
Hij wordt gezien als een conservatief politicus.
Het stadion is vernoemd naar Nariman Narimanov, een Azerbeidzjaans politicus.
Waarom?- Er is een politicus in Praag?
Onbezongen schetst het portret van de homo politicus.
Is bier met een politicus aanvaardbaar?
Chr.- 112 v. Chr. was een Romeinse generaal en politicus.
Fielding Pierce, vrijgezel en onbekend politicus.
Waarom?- Er is een politicus in Praag.
Velen zijn directeur of politicus.
Caesar was een paradox als politicus.
Dat is de politicus voor jou.
Edmund Burke, politicus.
Ze is de vrouw van een politicus.
Het zijn nooit de grote dingen die een politicus omlaag halen.
Je wilde politicus zijn.
Zij is de vrouw van een politicus.
Er zijn ook politicus, Mexicanen.
George is een eersteklas politicus.
Ik ben geen politicus.