Voorbeelden van het gebruik van Profiteur in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze vindt mij al een profiteur.
Je bent een profiteur.
Ik ben nooit een profiteur geweest.
Sommigen zullen je als profiteur zien.
Hoe gaat ie, profiteur?
Ik ben een profiteur van slavenarbeid.
Waar lach jij om, profiteur?
Ik ben een profiteur van slavenarbeid.
Ze starten een onderzoek naar u als profiteur.
Mr Ormond is niet alleen een dief, maar ook een corrupte profiteur.
Vier jaar geleden liep een profiteur mijn leven binnen.
Profiteur… Oude Scratch. Hij was een hebzuchtige zondaar.
Welke profiteur?
Heb je die profiteur gesproken? Midas?
Heb je die profiteur gesproken? Midas.
Profiteur… Oude Scratch.
Profiteur… Oude Scratch.
Opgroeien met een profiteur als hij moet een nachtmerrie zijn geweest.
Jij bent domweg een profiteur.
Je moeder is een profiteur en een hoer.