Voorbeelden van het gebruik van Rij je in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dus wat rij je nu?
Rij je een Ford?
De volgende keer rij je met mij mee goed?
Daarmee rij je naar Baltimore, naar een cementfabriek.
Rij je voor de baas… of ben je bang?
Rij je naar huis?
Rij je voor Bronson?
Zo rij je dus altijd?
Waar rij je heen?
Rij je mee?
Morgen rij je naast me. Dank je. .
Edward, rij je me naar huis?
Rij je voor ons of voor hen?
Rij je voor de baas?
Daarmee rij je naar Baltimore, naar een cementfabriek.
Rij je rond met je ogen dicht?
Met wat rij je?
Als ik win, rij je mij naar school elke morgen.
Rij je vandaag op de bedrijfsshuttlebus?
Rij je al op wilde pony's?